
Gierzwaluwen zijn zangvogels en niet verwant aan de gekende huis- en boerenzwaluw. Ze zoeven voortdurend en vaak luid krijsend doorheen de lucht en gaan enkel zitten om te broeden. Broedplekken vinden ze voornamelijk in hoge gebouwen die voor hen als rotsen overkomen. Ze vinden broedruimte in verscheidene spleten in, onder of tussen het dak of in muurgaten en -spleten. Door renovaties en nieuwe bouwtechnieken zijn dergelijke ruimten beperkt geworden. Om hieraan te verhelpen worden steeds vaker vervangende nestgelegenheden voorzien.
Kunstnesten zijn in verschillende vormen en materialen verkrijgbaar op de commerciële markt. Met enige handigheid kun je er ook zelf een maken met behulp van een pvc-buis of vergelijkbaar materiaal. Gebruik een buis van 45 cm lang met een binnendiameter van 15 tot 20 cm. De beide uiteinden kunnen met standaarddoppen worden dichtgemaakt. Een bouwplan (Engelstalig) vind je hier. Onderin de buis wordt als bodem een plankje van 1 cm uit meerlagig hout (triplex, multiplex) gelegd waarvan de zijkanten in een hoek van 45° zijn afgezaagd om vast en stabiel te liggen.
De langwerpige toegangsopening van ongeveer 7cm breed wordt gevormd door twee boorgaten die op elkaar aansluiten. Ze worden langszij de buis geboord met behulp van een 30mm speedboor (houtboor). Met twee vleugelmoeren wordt het geheel aan een hoge muur bevestigd ( > 3 m, maar best zo hoog mogelijk) samen met een ophanglat of twee afgeronde tussenstukjes uit buisrestjes om enige afstand tot de muur te behouden.
De nestkast wordt langs de buitenzijde opgeschuurd/gezandstraald en vervolgens met een primer en een verflaag – geschikt voor gebruik op pvc of metaal – afgewerkt.
De kast wordt opgehangen aan een noord – noordwest of oost – noordoost georiënteerde gevel ter voorkoming van oververhitting. Een oost- of zuidgevel kan ook als de nestkast onder een voldoende brede dakgoot hangt. Voorzie vrije ruimte voor het in- en uitvliegen, ook onderaan.
Vergelijkbare toepassingen
Meer weten