
Een winterkoning maakt zijn nest op de meest bizarre plekken maar door de regel bouwt het een eigen nest in dicht kreupelhout, struweel of ruigte. Rommelhoekjes zijn eveneens fel begeerd. Je kan het vogeltje echter ook helpen met een zelfgemaakt kunstnestje.
Dat wordt gevlochten uit een aantal verse wilgentakken. Daarvoor snij je eerst de takken met een cutter netjes in het midden door over een afstand van 10 cm zodanig dat een spleet ontstaat. Daarna steek je de wissen met het dunne uiteinde eerst, afwisselend kruisgewijs door de spleten. Om het te versterken kan je onderaan en rondom nog twee of drie wissen vervlechten. Buig vervolgens alle wissen voorzichtig naar boven en bindt ze samen. Uitstekende stukken kan je tot op vijf cm inkorten.
In principe kan dit reeds als potentiële nestplaats volstaan, want de winterkoning heeft van nature de neiging om dergelijke constructie als nestplek te gebruiken. Je kan echter ook een handje toesteken door dunne bundeltjes hooi tussen de twijgen te vervlechten samen met wat mos waardoor je een dichte en stevige kogel vorm verkrijgt. Wat aan nestmateriaal ontbreekt zullen ze naderhand zelf wel aanvullen. Bovenin boor je met je hand een kleine invliegopening.
Als je het kunstnest op halve hoogte aan een muur met klimplanten, in een geschoren haag of in een dichte struikenrand hangt, heb je het meeste kans dat het nest meteen door een winterkoning of een mees wordt ingenomen. Zorg er wel voor dat het nest niet gaat zwiepen in de wind.
Op deze website kan je zien hoe je best tewerk gaat.
Vergelijkbare toepassingen
Meer weten