
Bramen, frambozen, rozen, wijnstokken en andere merghoudende planten zoals vlier en es trekken bijzondere insectensoorten aan zoals ertsbijen, maskerbijen en metselbijen. Ze knagen van boven- of onderaan nestgangen uit in afgebroken, merghoudende stengels en leggen daarin meerdere broedcellen aan, gescheiden door tussenwandjes van stukjes merg en houtvezels uit de binnenkant van de stengels. Om dat te kunnen doen is het belangrijk is dat de takken min of meer verticaal zijn opgesteld.
Bramen zijn hiervoor het best geschikt, vlier en gewone es het minst. De lange (> 1 m) takstukken worden individueel of gebundeld en rechtop tegen een houten wand aangebracht of in een droge, losse grond gestoken. In het laatste geval gebeurt dat best op een droge plaats want anders gaan ze aan de basis rotten en afbreken. Dergelijke stengels zijn evenwel van onderaf niet toegankelijk, waardoor het ophangen de voorkeur krijgt. Je kan de takken aan op het even welk voorwerp bevestigen met draad of sisal ofwel een kram, spijkerclip, klembeugel, zadel of nagel of d.m.v. een lijmpistool. Als alternatief kan ook een draad tussen twee palen worden gespannen waaraan de stengels op enige afstand van elkaar worden bevestigd.
Bij het beheer van bramen is het belangrijk om niet alle bramen gelijktijdig af te zetten. Laat waar mogelijk afgesneden takken liggen zodat de nesten hierin niet vernietigd worden en zet enkele takken op een grotere hoogte af. Door op zonnige plaatsen de bramen verticaal terug te snoeien, in plaats van horizontaal af zetten, ontstaan meer snijvlakken waarin wilde bijen hun nesten kunnen uitknagen.
Vergelijkbare toepassingen
geen
Meer weten