
De beste aanwending zit in de eenvoud. Van oudsher worden kleinere bloempotten gebruikt om oorwormen in de siertuin, moestuin of fruitboomgaard aan te trekken. Ze vinden in de potten schuil- en nestplaatsen die ze gebruiken als uitvalsbasis voor een natuurlijke bestrijding van bladluizen en -vlooien en andere kleine insecten. Overwinteren doen ze in de grond.
Plaats steeds meerdere potten. Oorwormen hebben immers geen grote actieradius. In een boomgaard voorzie je dus best elke boom van een eigen oorwormenpot. Gebruik op zonnige plekken bij voorkeur een stenen pot want plastic potten warmen snel op – zeker zwart gekleurde. Anderzijds houden ze wel gemakkelijk vocht vast.
Elke pot wordt met hooi (beter dan stro) opgevuld. Je kan er het hooi vast inproppen en met een gaasdraad afdekken en vervolgens over een paaltje schuiven (bijvoorbeeld van een kastanje hekwerk). Je kan echter ook een handvol hooi met een bindtouw of -buis langs één zijde samenbinden en vervolgens de binder door het afwateringsgat trekken en aan een boom, struik, schutting of houten steun bevestigen. Je kan ook met een ijzerdraad een spiraal maken en als bindmiddel gebruiken (bekijk hier hoe je dat doet). Het gebruik van een binder biedt de mogelijkheid om de pot op elke mogelijke plek op te hangen en bijvoorbeeld aan een tak tegen de stam van een boom vast te binden.
Vergelijkbare toepassingen
Meer weten